PT-QR-PLAT
11-14
CCLURITY BKHNNLA
tunc 290 700
4. De voorlopige aanhouding van de gezochte persoon eindigt na het verstrijken van zestig dagen na de datum van diens aanhouding, indien het verzoek om diens overlevering, gestaafd met de in artikel 8, tweede tot en met vierde liú, bedoelde stukken, niet is ontvangen. Deze bepaling belet niet dat hij opnieuw wordt
aangehouden of overgeleverd indien het verzoek om zijn overlevering later wordt
ontvangen.
Artikel 10
Indien gelijktijdig om de overlevering van een voortvluchtige delinkwent wordt verzocht door zowel één van de Partijen als door een Staat of Staten waarmee het
Koninkrijk der Nederlanden dan wel Hong-Kong, naar gelang het geval, regelingen hoeft inzake de overlevering van voortvluchtige delinkwenten, neemt de aangezochte Partij bij het nemen van haar besluit alle omstandigheden in aanmerking, met inbegrip van de desbetreffende bepalingen van die regelingen, de plaats waar de feiton zijn begaan, de relatieve ernst daarvan, de onderscheiden data van de verzoeken, de nationaliteit van de voortvluchtige delinkwent en de mogelijkheid van
verderlevering aan een andere Staat.
Artikel 11
Stukken die bij een verzoek om overlevering zijn gevoegd, worden toegelaten als
bewijs indien zij naar behoren zijn gewaarmerkt. Een stuk wordt geacht naar
behoren te zijn gewaarmerkt indien het:
a.
b.
is ondertekend of voor eensluidend is verklaard door een rechter,
rechterlijk ambtenaar of functionaris van de verzoekende Partij, en
is voorzien van het officiële stempel van de bevoegde autoriteit van de
verzoekende Partij.
- 9 -