BELUKIET GRANNUM
ZOZ 600 curand 7.00
2. Bij het verzoek dienen te worden gevoegd:
a.
b.
C.
een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de voortvluchtige delinkwent, te zamen met aile andere gegevens die zouden kunnen bijdragen tot de vaststelling van diens identiteit, nationaliteit en, indien
bekend, diens verblijfplaats;
cen uiteenzetting en bijzonderheden betreffende het strafbare feit
waarvoor om overlevering wordt verzocht;
de tekst van de wettelijke bepalingen, zo deze er zijn, waarbij het feit strafbaar wordt gesteld, een opgave van de straf die daarvoor kan
worden opgelegd en een aanduiding van een eventuele termijn die geldt
voor de instelling van vervolging of de tenuitvoerlegging van een straf
ter zake van dat strafbare feit.
3. Indien het verzoek betrekking heeft op een verdachte, dient daarbij tevens te
worden gevoegd een afschrift van het bevel tot aanhouding, afkomstig van een
rechter, rechterlijk ambtenaar of andere bevoegde autoriteit van de verzoekende
Partij, alsmede het bewijsmateriaal dat, overeenkomstig de wetgeving van de
aangezochte Partij, zijn aanhouding met het oog op berechting zou kunnen
rechtvaardigen indien het feit zou zijn begaan binnen het rechtsgebied van de
aangezochte Partij.
4. Indien het verzoek betrekking heeft op een persoon die reeds is veroordeeld of
aan wie reeds een straf is opgelegd, dienen daarbij tevens te worden gevoegd:
a.
een afschrift van de akte van de veroordeling of strafoplegging; en
b.
C.
indien de betrokkene is veroordeeld, doch aan hem geen straf is
opgelegd, een daartoe strekkende verklaring van de desbetreffende
rechterlijke instantie en een afschrift van het bevel tot aanhouding; of
indien aan de betrokkene een straf is opgelegd, een verklaring waaruit blijkt dat de straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is en hoeveel daarvan
nog moet worden ondergaan.